zaterdag 19 juli 2014

De voors en tegens van meten


Sinds in de bedijfslevenbrief de doelstelling van 2,5% innovatiegericht inkopen is opgenomen, zijn er regelmatig vragen of verschillende overheidsorganisatie voldoen aan het percentage en waar aan het budget van 2,5% wordt uitgegeven.  Dat laatste is meestal nog goed te beantwoorden met vaak ook wel aansprekende voorbeelden.  De eerste vraag is lastiger, omdat zowel de grondslag als het deel van de uitgaven wat je mag meetellen nog niet eenduidig is gedefinieerd.

Er wordt dan ook flink gezocht op welke wijze de doelstelling meetbaar kan worden gemaakt. Dat heeft voordelen, maar ook nadelen. Als voordelen uiteraard accountability, inzicht en transparantie.  Daarnaast zou je ook kunnen gaan vergelijken, als je het instrument gebruikt om organisaties of organisatieonderdelen te vergelijken.  En nog een stap verder kan zijn om er ook beloningsstructuren aan te koppelen.

Tegengeluiden zijn er ook. Exact meten kan averechts werken. Het gaat om de beweging richting een meer en innovatievere inkoop door de overheid, niet om de vraag of het nu 2,4% of 2,8% is geweest. Wat ik hierin interessant vond is de inaugele rede van Ed Vosselman, over de dynamiek van accounting en control. Ook hij geeft aan dat prestatiemeten tot een paradox kan leiden. "Toepassing van presetatiemeten kan zijn dat de prestatie van een organisatie via sociale verschraling negatief wordt beinvloed."

Meten is weten, zolang het maar wel een middel blijft en geen doel op zich wordt.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten