zaterdag 2 mei 2015

Schuilen achter de aanbestedingsregels


Afgelopen week stonden er in de Cobouw een tweetal artikelen over de innovatie in de bouw (artikel 1, artikel 2). Blij met de aandacht voor innovatie, maar al lezende kom je dan toch een aantal keren behoorlijk teleurstellende uitspraken tegen.

Zo wordt er al jaren gewerkt in de sector aan vernieuwende vormen van aanbesteden, iets waarbij we als Nederland echt voorop lopen.  Eerst door de ge├»ntegreerde contractvormen, en de laatste jaren is daar ook de ontwikkelingen van innovatiegericht inkopen bijgekomen.

Toch zie ik in de lijst met belemmeringen onderaan het artikel opnieuw het aanbestedingsproces terug komen. Ook Martin van Pernis noemt de aanbestedingsregels als een belemmering.  Terwijl als je de mensen spreekt die er verstand van hebben, de inkopers en de juristen, het aanbestedingsproces en de aanbestedingsrichtlijnen de belemmering helemaal niet hoeven te zijn.

Waar zit het hem dan wel? In de zachte competenties: Lef, daadkracht en de professional ruimte geven om een goede afweging te kunnen maken. Bij de start van innovatiegericht inkopen dachten ook wij dat we in de aanbestedingsregels moesten zoeken, inmiddels ben ik, en collega's die aan dit onderwerp werken, tot de conclusie gekomen dat  dat het probleem daar niet zit. Qua aanbestedingsregels kan er heel veel, zeker met de nieuwe richtlijn straks.  Maar durven we daarvan gebruik te maken?

Langzamerhand zou je bijna denken dat het benoemen van aanbestedingsregels als belemmering een papagaaireactie is, want dat roept iedereen. Of is het een mooi excuus om de echte belemmering te maskeren?  Want zijn het niet de bestuurders die ruimte moeten scheppen in de cultuur zodat de professional de aanbestedingsrichtlijnen echt kan gebruiken om innovatie te realiseren?  Want waar dit wel gebeurd ontstaan er mooie dingen, daar zijn voorbeelden te over van.